De volgende ochtend was ik al vroeg uit de veren, om 7 uur verliet ik het hotel al voor een ochtendwandeling. Ik wilde Kokura nog even bekijken, voordat ik de trein terug naar Fukuoka zou nemen. In het artikel over Kokura schreef ik dat de stad me deed denken aan bijvoorbeeld Blade Runner, maar er is een groot verschil, de Japanse steden zijn spic en span, geen vuiltje op straat te vinden. Gisteren was ik door de overdekte winkelstraten gelopen, nu loop ik er achter langs. Smalle steegjes met kleine huisjes met zo mogelijk nog kleinere deuren, ik voel me een soort reus. De straten en ook de shoppig malls zijn op dit uur nog uitgestorven, het is zaterdag, iedereen slaapt uit. De temperatuur stijgt rap en om 9 uur heb ik al twee flesjes ijskoude groene thee uit de automaten getrokken. Overal staan vending machines, met frisdrank en snoep. Geen tralies voor het glas, zoals op de Nederlandse stations, de cijfers voor kleine criminaliteit zijn hier extreem laag.
Rond het middaguur kom ik weer aan op Hakata, uit de trein heb ik gefilmd, als ik de video later bekijk lijkt het net of hij op snel doorspoelen staat. Ik besluit om naar het hotel te wandelen, mijn gps geeft hemelsbreed 2,5 kilometer aan. Een wijs besluit was het niet, een uurtje later sta ik letterlijk zweet te druppelen op de balie van het 4-sterren New Otani Hotel. Het is weer 35C en de zon brandt meedogenloos, zuidelijk Japan ligt op lengtegraad 33, ongeveer ter hoogte van Rabat dus. De receptioniste gaf geen krimp, ze vroeg alleen even: “All you all light Sil?“.
’s Middags neem ik de bus, die, net als heel veel in Japan, gebaseerd is op eerlijkheid en fatsoen, dus heel anders dan in Amsterdam. Bij de bushalte is een paadje getekend, daar dient men zich op te stellen. Daar komt ook precies de middendeur van de bus uit, als je instapt kan je naast de trap een kaartje pakken. Het hoeft niet, op het kaartje staat namelijk alleen een nummer, als je vaste klant bent weet je dat nummer natuurlijk al. Het nummer correspondeert met de zone waar je instapt. Als je je halte hebt bereikt kan je op het matrixbord voorin de bus aflezen hoeveel Yen je moet betalen, naast je nummer staat een bedrag. Dat bedrag mik je in een automaat naast de chauffeur als je uitstapt.
In het centrum van Fukuoka, Tanjin, is het een gezellige zaterdag drukte. Overal waar je kijkt staan mega malls met nog grotere videowalls dan in Kokura. Op straat wordt promotiemateriaal uitgedeeld, waaiers en zakdoekjes, voorzien van reclame. Ik moet er uiteindelijk eentje vragen, want iedereen krijgt, maar ik wordt steeds angstvallig overgeslagen. Gewapend met een waaier en groene thee wandel ik naar de andere kant van het kanaal, richting Hakata. Daar is namelijk een tempel waar ik heen moet om foto’s te maken. Mama was er een tijdje geleden ook, maar haar foto’s waren niet zo goed gelukt.
De Kushida-jinja Shrine (櫛田神社) staat midden in de stad, pal naast Canal City, de allergrootste shopping mall van Hakata, maar de rust en stilte vallen direct op. Er staan geen muren omheen, maar het is een verademing vergleken bij de hectiek in de rest van de stad. Overal hangen bellen met een dik touw er aan, de bezoekers die binnenkomen luidden even de bel, buigen dan met gevouwen handen naar het beeld en zeggen een kort gebed. Vooraan bij de ingang staat een fontein met bakjes, daar drinkt men uit. Ik film het allemaal, omdat ik bedacht heb wat Japanners zouden doen als ze bijvoorbeeld in de Notre-Dame zijn.
’s Avonds at ik in een mooi restaurant, zo eentje waar je aan de grill zit. De kokkin giechelde het uit als ik een foto maakte, de obers glimlachten onverstaanbaar Engels naar me. Veel toeristen zijn er niet in dit deel van Japan, al helemaal niet van buiten Azië. Dat maakt de stad een beetje het Zwolle van Japan, al is het met 1,5 miljoen inwoners toch de 8e stad van het land. Er valt bar weinig oude troep te bezichtigen, maar het feit dat de stad en bewoners nauwelijks zijn ingesteld op buitenlandse bezoekers heeft absoluut zijn charme.
Dit was mijn eerste uitgebreidere kennismaking met Japan en die is uitstekend bevallen. De beleefdheid en gastvrijheid van de Japanners zijn hartverwarmend, de technische snufjes, waarover ik nog zal schrijven, zijn soms handig, maar veel vaker ontzettend grappig. En de bordjes, hilarisch. Wat te denken van een bordje bij het toilet: Information. Please multiply the voice by the cash register when it not only uses but also it returns when the rest room is used after accounting.
De volgende ochtend vloog ik al vroeg naar Kansai, het vliegveld van Osaka, om daar aan boord van de Blauwe Zwaan te gaan. Ik begrijp voortaan beter waarom Japanners zo om zich heen staan te gapen in Amsterdam. Ik zie ze nu denken: Wat een troep, wat een smerigheid, wat een onbehouwen rouwdouwers… Pardon, louwdouwels.














Japanners denken dat Amsterdam een openluchtmuseum is, net als dat in Osaka, waar de Utrechtse Domtoren op schaal 1:1 is neergezet, net als Huis Ten Bosch en een Amsterdamse gracht. Verbaasd zijn ze te horen dat Amsterdammers er gewoon wonen.
Je bent trouwens wel onder de indruk van al dat Japanse gedoe, ik nam het aan als kennisgeving. Het enige wat me verbaasde was de rust op de kerkhoven en de tempels, gezien de hektiek er om heen.
[...] maar zo superdeluxe is het nou ook weer niet. Singapore is gelikter, Bangkok is drukker en zelfs Fukuoka hipper om maar wat te [...]
Hi there thank you regarding your page.I really enjoy your site.Its very informative.Nevertheless I definitely want you to post how you put social bookmarking below your post.We like it mainly because it’s a quite thoroughly clean neat blogger mod.
thank you incredibly much