Hoewel, of misschien wel omdat, ik ongelooflijk druk ben in m’n hoofd, zijn de paar rustmomenten per week zeer welkom. Druk omdat ik bezig ben met het opzetten van een nieuw bedrijf, de echte on board courier specialist van Amsterdam Schiphol. Langzaam richt het nieuwe bedrijf zich op, de alleskunner op het gebied van personal deliveries. Dat vergt veel energie, maar de grote, kalme rivier geeft me die energie terug.
Dagelijks ben ik langs of op die rivier te vinden, kilometers slingerend water met zoveel gedaantes. Ze begint echt Amsterdams, druk en met veel toeristisch bombarie, om daarna chic te worden met statige panden en overweldigende pronkstukken als Carré en het Amstel Hotel. Dan rechtuit, de Hoop en Nereus bepalen de toon, gaat het richting het zakelijk disctrict, de hoofdsteedse wolkenkrabbers hebben zich in de hoek genesteld, knus hokt Ric daar tegenaan.
Dan valt het om, het gaat open, bomen en heerlijke woonschepen met grote huiskamers zetten aan tot wat een lommerrijke, lome, heerlijk zachte rivier gaat worden. Nog één keer worden we opgeschrikt, het geweld van de A10 knalt over ons heen, maar daarna weten we, hier begint onze rust! Naast ons kabbelen proleten met goedkope rosé in te grote sloepen. Fanatieke Skøll-dames schelden op een in gedachten verzonken motorbootkapitein, aandoenlijk. Onze dubbel verdwijnt in de zak van de racebaan, vissers knikken ons toe vanaf de bankjes in de schaduw van het Amstelpark. Aan alle kanten zoeven roeiers ons voorbij, wij halen op onze beurt de lome roséboten weer in.
Het Kalfje bevestigt al onze vooroordelen, foute vrouwen lurken aan bellen van wijnglazen, glibberige mannen bliepen hun gadgetauto’s. Een genot om naar te kijken, maar pas op, er een kelner met vol blad steekt zomaar de weg over. Wanneer deze bocht voorbij is, valt de wind weg, de zon schijnt genadeloos naar beneden. Hij zet aan, z’n skiff schiet weg, verdorie, waarom had ik niet de binnenbocht. Waarom concentreer ik me niet op m’n slag, in de winter kan ik het ook, maar nu is er zoveel moois. Het zweet gutst, dit is het warmste stuk van de Amstel! Op naar de hoerenbocht, daar zal ik me niet laten kisten, ik ros hem de bocht uit. Als het lukt krijg ik vleugels.
Na de dikke bocht, met de mooie steigertjes kun je kiezen. Rustig doorroeien en de bochten door laveren, of meters pakken en toch even de volgende bocht insnijden. Achter de strijkijzers, waarop mannen zitten te kaarten, is het zicht belabberd, maar de gok is het toch waard? Een grote sloep belemmert de doorgang, maar we zetten door, zij lurken aan hun drank, wij trappen hard op het voetenplankje. Daarachter zijn de blinde hondjes, de naald en uiteindelijke molen de Zwaan! De molen heeft nu een pleister, z’n dak is lek. Lekker uitroeien, rondmaken en op het matje, want zo heet het steigertje al in mijn hoofd, bij de coach.
Hij praat en praat en heeft zo erg gelijk, maar mijn gedachten dwalen af. Naar het huis van de familie Goudstikker, zo prachtig, maar ook verderop, daar in de berm lig ik loom met een vriend en geniet van de middagzon. Er komt een boot langs, ze zwaait naar de kapitein, hij is enthousiast. “Ken ik nog uit Biarritz” zegt ze quasi ongeïnteresseerd. En dan de bankjes, de mooie bankjes op het mooie stuk met de villa’s, daar kun je zo wegdromen, de rivier aan je voeten.
Net als het me opvalt dat de oostoever hier een daar een boerderij staat, terwijl de westoever grossiert in buitenverblijven en villa’s, smijt een hekgolf stinkend water naar binnen. Blijkbaar toch te dicht onder de oostoever gevaren, want de Amstel is voor mij schoon en lief, ik wil niet weten dat ze hier en daar ook stinkt. Als ik vanaf de Kalfjeslaan links langs Rembrandt draai, dan ligt voor me de racebaan. Ik knal er overheen, mijn fantasie laat het toupet van de visser in de slipstream meezuigen. Die vaart geef ik ook aan mijn skiff, ik zie de wherry wel, maar wie gaat er niet opzij voor een machtig, krachtig pakkende… “Meneer…” klinkt het twijfelachtig dichtbij, een noodstop voorkomt het ergste.
De huiskamers komen weer in zicht, mijn roeimaat schreeuwt, dat scheelt weer, ik hoef het vrachtschip niet meer weg te koppen en kan me concentreren op de huiskamers tegenover Zorgvliet. Willem en z’n buren komen bovendien in zicht, netjes roeien dus. Het is ook de plek waar je van de mooie kant kan oversteken naar de andere zijde. Het kronkelt over bruggetjes, achter banken en energiebedrijf. Ons Ric is weer in zicht, het lappen kan beginnen. Natuurlijk is het er gezellig, maar we zetten ons nog even in de stoelen voor het kot en genieten van haar, van ons eeuwige water. We klinken de glazen, kijken uit over onze Amstel, stiekem is ze gewoon van ons. Er staat een man op, hij loopt de steiger op, tot ver in de rivier en blaast zijn doedelzak. De schelle tonen schallen over het water, mooier beleef ik het zelden.
Eigenlijk is ze een lofzang op zichzelf, met al haar bochten, lommerende bomen, zalige bankjes en gezwier. Ik had het hier niet eens meer hoeven zeggen, maar ze is zo mooi, het moest gewoon even. Kijk daar zakt de zon, die is ook bezig met een ode aan onze rivier! Wij zeggen nooit meer hardop, want het is zo gewoon, maar we houden van haar! Onze rivier, onze Amstel!
De doedelzak:


(2 stem(en), gemiddelde waardering van 4.5 sterren)

Al 2 reacties, reageer nu ook! ↓
1 Rik // 27 Jul 2008 om 21:17
En dan hebben we het nog niet eens gehad over die mooie verbinding tussen de twee oevers aan het begin van deze prachtige rivier: de Magere Brug! Het schijnt dat daar nog een prachtig verhaal over te vertellen is.
2 Doede // 28 Jul 2008 om 00:03
Geweldig Rik! Ik had ‘m eigenlijk van TK verwacht, maar die was waarschijnlijk te druk met andere youtube-filmpjes om mijn blog te lezen. Ik wilde het nog opnemen, maar het werd zo sleezy… zo likkerig! Ha! Gefeliciteerd met je baan, super gedaan!
Schrijf een reactie