Ons neefje is voor het eerst in zijn achtjarige leven uit logeren geweest en hij had ons daarvoor uitgekozen! Dat verwarmt het hart, maar dat zorgt er ook voor dat je op een zaterdagavond een beetje bijtijds in bed ligt. Geen overbodige luxe, want voor zondagnacht staat een toertocht op het programma. Ik noem het maar even nacht, want ik heb me nog nooit op zondagochtend om negen uur in de ochtend op de vereniging hoeven melden. Een paar weken geleden hadden we met de ploeg tot een tocht besloten, zo´n beetje als voorbereiding op de IJssel Regatta die we ook in een C4x+ zullen varen. Voor mij is het meer een extra mooiste moment deze zomer, heerlijk toeren over de Amstel en haar zijslootjes. Verbazingwekkend zo druk als het is in het holst van de ochtend, de hele vloot lijkt uit te varen, ondertussen halen wij Meneer vAart naar buiten. Proviand wordt in de punt geladen, tenues worden nog even recht getrokken. Twee roeiers zijn wel eens die kant op geweest, de andere drie zijn de Styx nog nooit over geweest, incluis mijzelf, verder dan Ouderkerk kwam ik nog niet. We zetten uit en varen weg, op de overbekende Omval voelt het toch een beetje onwennig. Ga ik de dertig kilometer overleven, of zal het zwaar worden?
Het is lichter dan een normale zondagtraining, maar het tempo ligt wel erg hoog. In m’n jeugd heb ik allerlei toertochten gevaren, over het Spaarne, in de Weerribben en zelf op het Canal du Midi. In mijn herinnering hingen we loom aan de riemen, kletsten wat en aan het einde van de dag tikten we vijftig kilometers op de teller. Dit is andere koek. Natuurlijk, het is ook bedoeld als voorbereiding op een regatta dus ik hou mijn mond. Sowieso is de boot een plek waar ik veel meer mijn mond kan houden dan anders, al zullen mijn ploegmaten daar anders over denken.
Nog voor het huis Oostermeer (Goudstikker) hoor ik gemopper achter me. Daar zit roeimaat R, hij is een fervent toertochtroeier, maar dan echte tochten zoals de Ringvaart Regatta (100 kilometer). Hij vindt dat het tempo te hoog ligt, zo zouden we de dertig kilometer niet vol maken. We roeien daarom wat rustiger, maar binnen de kortste keren wordt er weer onverstoorbaar door gejakkerd. Zelfs op een rustplaats moet worden aangedrongen, na Ouderkerk en de A9 schuiven we tegen de kade van enkele loodsen op het Amsteleiland. Er staat daar een tafeltje, compleet met twee stoeltjes. De meegebrachte koffie dampt nog, de pain au chocolat smaakten goddelijk. Wanneer er een skiff voorbij komt, kijk ik op en verbaas me over mijn verbazing. Toch, hier zijn vrijwel geen roeiers, op een enkele fanatiekeling na dus, zelfs pleziervaart is er weinig meer.
De stuur wisselt met de slag, het tempo wordt lager, maar we roeien wel flink door. Bovendien snijden we keurig de bochten in, tegenliggers zijn er toch niet. Aan de westoever doemen de hijskranen op die ik ook vanuit m’n kantoor kan zien. Amstelveen is niet ver weg, maar Amsterdam zijn we echt uit. Het valt me steeds meer op dat de oostkant de boerenoever blijft, het chique woont ook na Ouderkerk aan de westkant. Wanneer we door Zwarte Kat varen, lijken de hijskranen in het niet te vallen bij de gestalte van de Kerk van Nes! Ik schrijf een godshuis niet graag met een hoofdletter, maar dit gebouw zou de komende uren de horizon bepalen.
Van veraf lijkt de Dom van Nes een geweldenaar, maar hij heeft ook geen enkele concurrentie te duchten in het land, de pastorie daargelaten. Vanuit de verte lijkt hij groter te zijn dan de Nieuwe Kerk, dichtbij gekomen valt het toch wel mee, al overheerst hij zonder meer het dorpsbeeld. Het dorp Nes razen we door, ik wijs de stuur nog lachend op de kabel van de pont en we varen door. Aan stuurboord zien we de meest wanstaltig woonhuizen, wie laat er nu een ruimtecapsule uit aluminiumfolie en glas bouwen. Nu goed, ieder z’n meug.
Het wordt bochtig in de weilanden, een koe staart ons na vanaf de dijk. Wat het bestuur graag de Grote Bocht noemt (lees: Hoerenbocht) is niets vergeleken bij deze winkelhaken in de Amstel, raar dat ik die tijdens mijn onderzoek op GE niet gezien heb. Dan zien we fabrieken langs de kant en de ervaren toerroeiers morren, dit klopt niet, we hebben de afslag gemist. Er begint bij mij een mentaal proces, voorbereiding op nog meer kilometers. Bij Cindu Chemicals maken we aarzelend rond en roeien terug, de koe lijkt ons nu tevreden aan te kijken.
Voorbij de kabelpont vinden we de ingang van de Waver. Het blijkt een slootje, geen wonder dat we het gemist hebben. Riet dringt zich op vanaf de kanten, ik wil wel weer rusten, maar de met bordje gemarkeerde aanlegplaats zoeven we voorbij. Het riet blijft hoog, eigenlijk is hier niets aan. Ik ben niet het ogen-in-de-boot type, ik ben gaan roeien omdat ik dan de omgeving aan me voorbij zie trekken, altijd iets te zien. Mij zie je niet tennissen of voetballen, eerder roeien of fietsen. Als vanzelf trap ik harder op m’n voetenboord, de ploeg lijkt dat feilloos op te pakken, misschien wilde iedereen hier snel doorheen.
Begrijp me niet verkeerd, het is er prachtig roeien, windstil en het riet suist. Bijzonder smal, bij een tegenligger moeten we slippen met de riemen. Evenwel, riet is saai, dus is het fijn dat we even flink doorroeien. Op een lege plek leggen we aan voor een boterham, we zitten in de berm en kijken naar de voorbijgangers. Iedereen groet ons en wij groeten netjes terug, je zou er toch moe van worden. Het lijkt de gewoonte van het platteland, maar mijn wijze roeimaat denkt dat het allemaal Amsterdammers zijn die elkaar buiten ineens gaan groeten.
Daarover gesproken, voor wandelen, fietsen, roeien, kanoën, romantisch picknicken is dit een geweldig land. Het ligt niet ver van uw hoofdstad, sterker het ligt net ver genoeg om het rustig te houden en net zo dichtbij om er eens lekker heen te roeien, of fietsen natuurlijk. Na de stop met broodjes en bubbelwater bied ik mezelf aan om te sturen. Ik wilde een middenstuk wilde sturen, wist ik veel dat het hier Holland op z’n smalst was. Of moet ik zeggen Utrecht, want we varen over de provincie grens. In de verte zie ik een steiger langs de kant, althans zo lijkt het. Ik wikkel de stuurtouwen nog eens stevig om de handen en probeer de boot zo goed mogelijk in het midden te houden! Dan schrik ik want het is geen steiger, maar een loopbrug die vrijwel op het water ligt. Een noodstop is nog net niet nodig. Bij de brug stapt de boeg uit en draait de brug weg, we rommelen ons er doorheen.
Na nog zo’n brug verlaten we Waver en stomen op richting Ouderkerk, gelukkig missen we de afslag niet op de kruising van de Holendrecht en de Bullewijk. Zo leert een Amsterdammer trouwens ook waar delen van de stad hun naam aan ontlenen, aan rivieren dus en dat is mooi. Langzamerhand komt de bewoonde wereld weer in zicht, de A9 raast boven ons, er liggen weer woonboten aan de oever. Verderop de heel lieflijke steigertjes, een picknicktip, ware het niet dat de meeste privé zijn. Nog een brug en we varen Ouderkerk weer in, voorbij de Joodse begraafplaats bij de gigantische kerk leggen we aan. Ik heb wel zin in koffie en wil naar het toilet, maar het etablissement aan de kerk is gesloten op zondag. De kerkdeur stond wel wijgewaad open…
Na de pauze geven we een paar harde halen, rammen bijna de brug, maar daar is ze weer! Onze Amstel! Ik krijg nieuwe energie, we varen onder de Stramanweg door en zijn weer op bekend terrein. Gelijk valt me op hoe rustig we het hebben gehad in de Ronde Hoep, op de Amstel zijn de plezierproleten weer volop van de partij met grote golven tot gevolg. Dapper zetten we aan tot onze vereniging, dit is onze trainingsroute, mij lijkt het als vanzelf te gaan. Zoals te zien op de mapmyrun-uitdraai (onderaan) hebben we ruim 36 kilometer verroeid in vier en half uur, met drie pauzes. Niet echt een topprestatie qua wedstrijd, maar zeker geen toerroeitempo. Kortom, een mooie voorbereiding op de regatta’s van het komende seizoen.
Onder de douche lijk ik veel minder afgepeigerd dan na een gewone training, maar misschien is het de adrenaline. Bij thuiskomst zakt het toch aardig in de benen. De Ronde Hoep toertocht roeien, ook zonder plus variant, is een absolute aanrader. Er is veel afwisseling tussen de grote Amstel, het chique van Ouderkerk en het echte platteland met riet zoals rond Waver. Ik meen het, neem eens een uurtje of wat extra tijd, zorg voor een kan koffie aan boord en ga lekker varen. Het geluk ligt om de hoek, net achter de Styx die bij ons de brug van Ouderkerk heet.



Al 2 reacties, reageer nu ook! ↓
1 Kami // 18 Aug 2008 om 22:50
Ik wil oook roeienn!!
2 Doede // 18 Aug 2008 om 23:08
Dat mag, leuk zelfs! Je kunt hier lid worden van de roeivereniging! Moet je wel in Amsterdam gaan wonen hoor, in een leuk huisje aan de Amstel bijvoorbeeld
Schrijf een reactie