Volgens mij kom je het wel vaker tegen, dat een monster wordt ingezet om iets wat mooi, prachtig en gewild is te beschermen. Ook dit weekeinde kwam ik het tegen, tijdens een weekendje de stad uit. Even een frisse neus halen in het bos, de hond moet er ook even uit, hij heeft een operatie ondergaan en mag even blij doen in de natuur. Zaterdagmiddag draaien we de A2 op, die eerst nog door de Randstad voert, niets aan de hand, de weg is gevuld met rijtjes gezinsauto’s vol met voetbal- of hockeyjeugd. De rivieren over en het immer gezellig Den Bosch verschijnt aan de horizon, de Sint Jan zwaait ons uit de verte tegemoet.
Hoewel het prachtige en gezellig Brabant geweldig trekt, trap ik het pedaal nog even in. In een zucht ben ik al bij de ring van het krachtige Eindhoven, waar ik een tijdje gewerkt heb. Er verandert veel, meer snelwegen, veel wordt er gebouwd, nog meer kantoren. Dit is toch nog steeds het sterke hart van Braboland, toch neurie ik zachtje Philips Amsterdam olé olé…
M’n voet is zwaar vandaag, met 150 zoeft het over de grens van Limburg, nog even blijft het landschap mooi en groen, maar dan doemen de eerste tekenen van het gedrocht op! Natuurlijk, de mensen moesten werk na het sluiten van de mijnen, maar afzichtelijk is het wel. Limburg zal vast ook gezellig en mooi zijn, maar ik stuw de C1 tot ongekende hoogte en vestig een nieuw record op de kilometerteller.
Even remmen in Maastricht, oh… hoe graag ik niet was afgeslagen en de nacht had weg gedanst op ‘t Vrijhof, maar het moet verder, het monster moet verslagen! Want zo langs de Meuse naar boven ligt het echte gedrocht en het heeft twee namen. Luik en Liège. Zo langs de rivier begint het al met troep, ouwe zut en dies al niet meer. Dan gaat het de kades op van de stad waar ik al-tijd de weg kwijt raak! Het duurt altijd een uur voordat ik het bordje ter grootte van een velletje pleepapier heb gevonden: “Luxembourg”.
Ik zeg altijd dat ik bij Eindhoven even uit het raampje spuug zoals een Ajaxied betaamt, maar dat is natuurlijk niet zo. Ik ben tenslotte een heer, of doe althans mijn best, maar hier in Lüttich wordt het echt moeilijk. Ik begrijp het wel een beetje, altijd mijnstad geweest, veel industrie en in verval geraakt omdat de Walen nu eenmaal meer tijd vrij maken voor een taalstrijd dan economische vooruitgang. Begrijpelijk, hoewel ik van Essen echt kon genieten.
Echt niet, ik ben echt niet verbaasd als Claire, mijn trouwe navigator het ook even kwijt is in de wirwar van straten, maar al snel zitten we stevig en vast op de E25, le route du soleil! Het monster is overwonnen, het Ardennense paradijs ligt aan de voeten, met al haar prachtige dorpkes en weggetjes, paadjes door het bos en herbergen met brandend haardvuur. Dit is het allerprettigste deel van Frankrijk, want als ik er weer even niet uitkom - je ne sais pas en Français - zegt men mij geruststellend: Iek kan ook een bietje Niederlansch…



Al 2 reacties, reageer nu ook! ↓
1 margre // 28 Okt 2008 om 18:55
Van wie heb je dat leuke schrijven?Je moet het echt hardop voorlezen dan is het nog beter.Tied voor een pafke hoefde er dus dit keer niet af.
2 Doede // 31 Okt 2008 om 09:43
Ik denk dat ik het van jou heb! Toch? Of van het overschrijven van de Edda, zou ook kunnen.
Ik snap niet zo goed wat je met dat pafke bedoelt… :-S
Morgen naar Pieter, leuk! Wij gaan de stad in, Met en ik et les femmes, misschien wil je aanschuiven?
xxx
Schrijf een reactie