Dag Şükür, hoşça kal…

Dag Şükür, hoşça kal...

“Môgge bakker”, “Môgge buurman, moet je nog een kat, anders moetie een spuitje.” “Ach bakker, echt? Nou kom maar dan.” Zo moet het een beetje zijn begonnen, Şükür zoals we haar later zijn gaan noemen, kwam aanlopen bij een bakker in de Rivierenbuurt, schuw en schichtig. De oude meneer, vaste klant bij de bakker, nam haar in huis en verzorgde haar met liefde. Een klein jaar later stierf de meneer, de hospes van mijn zus. De kat kroop onder de kast en viel alles aan wat bewoog, inclusief de hospita en haar kleinkinderen. Toen m’n zus op 19 juni 2000 de trap af kwam vertelde de hospita dat de kat binnenkort een spuitje zou krijgen. Opnieuw zat er een engeltje op haar schouder, m’n zus belde mij of ik haar als-je-be-lieft wilde opnemen. Tegen de zus zeg je geen nee, bovendien dacht ik Nafisa, mijn enige kat in die tijd er blij mee te maken, een maatje erbij. Nafisa was haar broer kort daarvoor verloren. Op een avond kwam hij niet meer terug, Faisu, aangemonsterd op de grote vaart hield ik mezelf en Nafisa altijd voor, maar een ongeluk in de bouw kon ook.

Ik dacht dat Nafisa een metgezellin wel zou zien zitten. Niet dus. Op het moment dat Moortje binnenkwam, was het hommeles. Moortje heette ze bij de hospita, “zo swart als een roetmops, dat moet wel een moor sijn”, een beetje zo denk ik.

De avond voordat ze kwam had Hakan Şükür twee keer gescoord tegen gastland België en daar waren wij bij geweest, in ‘t Koning Boudewijn Stadion. Voor mij geen twijfel, ze werd naar hem genoemd, Şükür. Geheel in tegenstelling tot de flamboyante spits verborg het katje zich onder de kast. De eerste nacht zelfs grommend als een helse leeuw dat ik er zelfs zo bang van werd dat ik haar het huis uit probeerde te jagen.

Toen Şükür zich bij de open tuindeuren omkeerde en weer naar binnen rende wist ik wat ze voelde, ze was bang, doodsbang en zocht bescherming. Die heeft ze vanaf dat moment gekregen, ook van Nafisa en Sezer. Niet altijd in huis, maar altijd als er gevaar dreigde stond iedereen voor elkaar klaar en zo groeide een bont gezelschap van een hautaine kat (Nafisa), een malle Duitser (Sezer) en een dolgedraaid zwart monster (Şükür).

Dit voorjaar kreeg ze keelkanker en de zo kenmerkende felheid verdween, behalve als ze een pil moest slikken. Na een operatie ging het even beter, maar daarna begon het gorgelen en snotteren weer, ze viel af en werd mager. Geen houden meer aan.

Ik heb nog nooit dat besluit hoeven nemen, over leven en dood, over opereren of toch dat spuitje waar ze jaren aan ontsnapt was. Toch nu, ik wilde haar de pijn besparen, niet nog een operatie die niet zou helpen, niet nog een keer door die hel. Alleen voor mijn goede gevoel rekken… Graatmager, nauwelijks nog twee kilo kroop ze nog één keer tegen me aan en mauwde klagelijk, zoals ze dat van half-Siamees Nafisa geleerd moet hebben. Şükür mauwt vrijwel nooit, ‘ze weet wat er komt’, schiet het door me heen.

De dierenarts mekkert nog een keer, moeten we niet nog meer proberen, misschien kan ze nog een keer geopereerd worden? Denkt ze alleen aan geld, vraag ik me af, of is ze chagrijnig dat we een second opinion over haar kanker hebben opgevraagd bij een andere arts. Het gemekker irriteert me, maar stelt me aan de andere kant gerust. De dierenarts zorgt er zo wel voor dat we het besluit niet zomaar nemen, dat doen we ook niet, natuurlijk niet.

Şükür kijkt me strak aan als de arts een dikke spuit in haar achterlichaam leegt, ze blijft kijken, mauwt dan nog een keer hard en dan neem ik haar mee. Ze mag op m’n schoot in slaap vallen, haar kopje in m’n hand. Langzaam valt ze in slaap, maar dan wordt haar hartslag al snel vaag en verdwijnt. Met een minuutje is het afgelopen, ze is gegaan, in mijn armen, ik hou haar vast.

We leggen haar bij Nafisa en rijden ondertussen naar de bouwmarkt om een schop te halen, we hebben besloten om haar op het eiland te begraven, daar heeft ze ruim negen jaar gewoond en gedoold. Steeds als er mensen langskomen stop ik even met graven, of noem het bikken, de grond is droog en hard. In een mooie shawl gewikkeld ligt ze in de aarde, langzaam strooi ik het gat dicht. Pas als we weglopen bedenk ik, hier ligt ze nu helemaal alleen vannacht. Zo alleen, maar zonder pijn. Dag Şükür, hoşça kal.Sukur in haar graf

Şükür – ±1997 – 17 augustus 2009, ~18:00…

5 gedachten over “Dag Şükür, hoşça kal…”

  1. Prachtig , dag lieve Sükür, wat was het leuk als je hier logeerde. De eerste dagen moest je wennen met een krab en een blaas maar dan deed je Tati na en kroop bij Coen op schoot.

  2. Dag lieve Sükür een miauw voor jou en we lopen nog eens langs.
    Veel liefs en knuffels voor jou Doede en ook voor Ayse

  3. Dag lieve Sukur! In de auto naar Doede en Ayse zat je dicht tegen me aan. Daarna heb je dat nooit meer gedaan…. misschien was je wel bang dat ik je ergens anders heen zou brengen. En dat wilde je natuurlijk niet. Gelukkig heb ik je nog bij me in mijn mooiste herinneringen aan het Java-eiland en alles en iedereen die daar bij hoorde. Het was een hele mooie tijd! Rust zacht lieve Sukur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *