Super Nederlandse Spoorwegenpersoneel

Super Nederlandse Spoorwegenpersoneel

Ja, geloof je niet he die titel he! Maar ik ben echt zo fier met onze Nationale Spoorwegen. Ik kwam terug uit Leien laatst, met de trein waarmee ik steeds vaker reis. Ik ben al langer autoloos, maar tot kort geleden ging ik uit principe de stad niet uit. Wat moet ik in de provincie?! Vertel het me! Nu ja, ik moet er toch soms heen, al was het alleen maar voor het werk. Nu heb ik zo’n reductiekaart gekocht zelfs.

Anyways, ik was dus in Leien en nam de trein naar Amsterdam en wist dat ik op SPL moest overstappen, m’n stalen Workcycles ros stond op Sloterdijk. Om weer een vliegtuigkoerier te regelen was ik de hele reis aan de telefoon en besefte te laat dat ik er op de luchthaven uit moest. Vlak voordat de deuren sloten sprintte ik er uit. Tsssss zo sloten de deuren en ik staarde naar m’n tweede gsm die nog op de bank lag…

Snel naar boven naar het loket en daar bleek dat ik echt oud word, of cynisch, of allebei. Ik ben nog wel eens nogal kritisch geweest op de treinmaatschappij NS dus ik verwachtte eigenlijk niet veel.

Ik kwam aan het loket en vertelde in één zin wat er gebeurd was. M’n bek viel open, excusez le mot, de meneer loketbediende pakte z’n gsm en belde de verkeersleiding die direct contact opnam met de HC van de trein in kwestie! HC, das geheimtaal voor de aanvoerder der conducteurs. De meneer aan het loket vertelde me dat de conducteurs in de trein gingen zoeken. Ik stond er een paar minuten en was nog steeds wantrouwig. Daarom belde ik met m’n zakengsm naar het verloren toestel. Er werd opgenomen, “met Edwin”. Ik bedankte Edwin en vroeg hem vriendelijk of hij de gsm aan een conducteur wilde geven. Met een nadruk op het eerste deel van het woord zegt Edwin dat hij de hoofdconducteur is en dat hij mijn gsm bij Gevonden Voorwerpen gaat afgeven. “Ik zet het toestel nu uit om misbruik te voorkomen en morgen kunt u het ophalen”. Volgende ochtend stond ik 8am op CS, een blije bagagemedewerker overhandigde mij de Nokia, hij lag klaar op de balie.

Zo soepel, zo klantvriendelijk, zo geolied, zo betrokken en echt… Edwin bedankt! Of zou het dus toch in het bloed zitten om het dus wel zo mooi te doen, maar lukt het niet altijd. Ik besef dat ik meer bewondering heb voor de personeelsleden van de NS dan ik dacht.

Foto Frank van de Velde

DOOD aan de TAGS!

DOOD aan de TAGS!

Vorige week kwam ik ‘s avonds thuis, liet Sezer een blokje lopen en ontdekte een vreselijk lelijke tekening op de zijkant van de bakfiets. Een tagger was langsgeweest. Ik hoor u denken… een wàt..?! Ik zal het uitleggen. Als ik vroeger ergens m’n naam op schreef zei m’n vader droogjes ‘Gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen‘. Een vrij letterlijke toepassing van het spreekwoord dat mensen duidt die niets te melden hebben, maar wel heel hard schreeuwen. Zo leerde ik het af om mijn naam op al m’n spullen te kalken. Echter, er zijn ook dwazen die hun naam op alle deuren, muren en glazen schrijven, ook al zijn die niet van hen. Als de naam maar ergens op staat, dan hun uiterst kleine hartje al vervuld van geluk en kinderlijke blijheid.

Met een mega-stift, spuitbus of diamantring kalken en krassen ze overal hun tag-naam op of in, niet hun echte naam natuurlijk, want het moet in het geniep. In de meeste gevallen is de naam niet eens leesbaar, wat wellicht getuigt van de schrijfvaardigheid van deze lieden, maar dat geheel terzijde. Het gaat er om dat de tag ergens staat en dat zoveel mogelijk mensen ‘t zien. Jippie jee..! Je ziet ze veel langs de metro, trein, snelweg en overal waar het gespuis zo wandelt op z’n werkloze dagen.

De bakfiets is zo goed als schoongepoetst, maar er is een lelijk litteken achtergebleven en niet alleen op de fiets… Boosheid en nog meer boosheid over die lelijke snerttag, maar ja, wat kun je ermee. Totdat ik vandaag in de trein losjes tegen de muur geleund stond en ontdekte dat ik ineens zwarte vlekken op m’n jas had. M’n retedure Londonse hippe modejas, zwarte verfvlekken! Ik kwam net uit een boomgaard, had appels geplukt dus het leek me sterk dat het daar was gebeurd. Tot m’n oog viel op een vlekkerige tag op de muur van de trein. Die tag was nog nat en ik had daar tegenaan gestaan.

De maat is vol, echt, ik heb het gehad met die imbecielen! Als ik zo’n pisverfvlek aan het werk zie dan zal ik, om met de woorden van de fietsenmaker te spreken, z’n spuitbus pakken en die in z’n neus leegspuiten. Daarnaast verklaar ik hier en nu: DOOD AAN DE TAGS! Alles tags worden vanaf nu stelselmatig verwijderd of wat ze nog erger vinden, overgespoten met nonsens. Nog meer lastigheid zal hen ten deel vallen totdat alle TAGS DOOD ZIJN!

Toevoeging: m’n jas heeft het niet overleefd, de verf gaat er niet meer uit. Dit zal de tagger gunstig stemmen, want daar is het op uit, het schepsel wil dat z’n rauwe holkreten niet verwijderd kunnen worden. Dat motiveert mij dan weer tot op het bot om alle taggers te bestrijden totdat ik erbij neerval. Te paard, te zwaard!